Dutch
Portuguese
Verb forms of aanmarcheren
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aanmarcherend | und | aangemarcheerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | marcheer aan | marcheert aan | marcheert aan | marcheren aan | marcheren aan | marcheren aan |
| Imperfect | marcheerde aan | marcheerde aan | marcheerde aan | marcheerden aan | marcheerden aan | marcheerden aan |
| Toekomende tijd I | zal aanmarcheren | zult aanmarcheren | zal aanmarcheren | zullen aanmarcheren | zullen aanmarcheren | zullen aanmarcheren |
| Conditionalis I | zou aanmarcheren | zou aanmarcheren | zou aanmarcheren | zouden aanmarcheren | zouden aanmarcheren | zouden aanmarcheren |
| Perfectum | heb aangemarcheerd | hebt aangemarcheerd | heeft aangemarcheerd | hebben aangemarcheerd | hebben aangemarcheerd | hebben aangemarcheerd |
| Voltooid verleden tijd | had aangemarcheerd | had aangemarcheerd | had aangemarcheerd | hadden aangemarcheerd | hadden aangemarcheerd | hadden aangemarcheerd |
| Toekomende tijd II | zal aangemarcheerd hebben | zult aangemarcheerd hebben | zal aangemarcheerd hebben | zullen aangemarcheerd hebben | zullen aangemarcheerd hebben | zullen aangemarcheerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben aangemarcheerd | zou hebben aangemarcheerd | zou hebben aangemarcheerd | zouden hebben aangemarcheerd | zouden hebben aangemarcheerd | zouden hebben aangemarcheerd |
| Imperatief | - | marcheer aan | - | - | marcheert aan | - |
- aanmaakblokje
- aanmaakhout
- aanmaken
- aanmanen
- aanmaning
aanmarcheren
- aanmatigen
- aanmatigend
- aanmatiging
- aanmelden
- aanmengen
- aanmeren
- aanmerkelijk
- aanmerken
- aanmerken op
- aanmerking
- aanmerkingen
- aanmerkingen maken
- aanmerkingen maken op
- aanmeten
- aanmodderen
- aanmoedigen
- aanmoedigend
- aanmoedigende woorden
- aanmoediging
- aanmonsteren
- aanmunten
- aannaaien
- aannagelen
- aanneemster
- aannemelijk

