Dutch
Portuguese
Verb forms of aanliggen
| irr. | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aanliggend | und | aangelegen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | lig aan | ligt aan | ligt aan | liggen aan | liggen aan | liggen aan |
| Imperfect | lag aan | lag aan | lag aan | lagen aan | lagen aan | lagen aan |
| Toekomende tijd I | zal aanliggen | zult aanliggen | zal aanliggen | zullen aanliggen | zullen aanliggen | zullen aanliggen |
| Conditionalis I | zou aanliggen | zou aanliggen | zou aanliggen | zouden aanliggen | zouden aanliggen | zouden aanliggen |
| Perfectum | heb aangelegen | hebt aangelegen | heeft aangelegen | hebben aangelegen | hebben aangelegen | hebben aangelegen |
| Voltooid verleden tijd | had aangelegen | had aangelegen | had aangelegen | hadden aangelegen | hadden aangelegen | hadden aangelegen |
| Toekomende tijd II | zal aangelegen hebben | zult aangelegen hebben | zal aangelegen hebben | zullen aangelegen hebben | zullen aangelegen hebben | zullen aangelegen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben aangelegen | zou hebben aangelegen | zou hebben aangelegen | zouden hebben aangelegen | zouden hebben aangelegen | zouden hebben aangelegen |
| Imperatief | - | lig aan | - | - | ligt aan | - |
- aanleren
- aanleunen
- aanleunen bij
- aanleveren
- aanlichten
aanliggen
- aanlijken
- aanlijmen
- aanlijnen
- aanloden
- aanloeien
- aanloeren
- aanloeven
- aanlokkelijk
- aanlokkelijkheid
- aanlokken
- aanlonken
- aanloop
- aanloophaven
- aanlopen
- aanlopen bij
- aanmaakblokje
- aanmaakhout
- aanmaken
- aanmanen
- aanmaning
- aanmarcheren
- aanmatigen
- aanmatigend
- aanmatiging
- aanmelden

