search term:

aankopen

  has, 2 synonym groups and 7 synonyms

Dutch Dutch

aankopen (handel)

English English

buy (handel) buying (handel) purchase (handel) purchasing (handel)

German German

Ankauf (handel) Ankaufen (handel) Kauf (handel) Kaufen (handel) ankaufen (handel) kaufen (handel)

French French

achat (handel) acheter (handel) se payer (handel)

Italian Italian

acquistare (handel) acquisto (handel) compera (handel) comperare (handel) compra (handel) comprare (handel)

Spanish Spanish

adquirir (handel) adquisición (handel) compra (handel) comprar (handel)

Portuguese Portuguese

adquirir (handel) aquisição (handel) compra (handel) comprar (handel)

Swedish Swedish

inköp (handel) inköpa (handel) köp (handel) köpa (handel)


Verb forms of aankopen

irr. aan
Tegenwoordig en verleden deelwoord aankopend und aangekocht

  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens koop aan koopt aan koopt aan kopen aan kopen aan kopen aan
Imperfect kocht aan kocht aan kocht aan kochten aan kochten aan kochten aan
Toekomende tijd I zal aankopen zult aankopen zal aankopen zullen aankopen zullen aankopen zullen aankopen
Conditionalis I zou aankopen zou aankopen zou aankopen zouden aankopen zouden aankopen zouden aankopen
Perfectum heb aangekocht hebt aangekocht heeft aangekocht hebben aangekocht hebben aangekocht hebben aangekocht
Voltooid verleden tijd had aangekocht had aangekocht had aangekocht hadden aangekocht hadden aangekocht hadden aangekocht
Toekomende tijd II zal aangekocht hebben zult aangekocht hebben zal aangekocht hebben zullen aangekocht hebben zullen aangekocht hebben zullen aangekocht hebben
Conditionalis II zou hebben aangekocht zou hebben aangekocht zou hebben aangekocht zouden hebben aangekocht zouden hebben aangekocht zouden hebben aangekocht
Imperatief - koop aan - - koopt aan -
translation - aankopen translate | Dutch dictionary
     

.: synonyms for aankopen

aanschaffen
inkopen, kopen, verwerven
kopen
aanschaffen, afnemen, eigenaar worden, zich verwerven
All Synonyms for aankopen