aanblikken
has, 2 synonym groups and 4 synonyms
Dutch
Portuguese
Verb forms of aanblikken
| - | aan | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | aanblikkend | und | aangeblikt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | blik aan | blikt aan | blikt aan | blikken aan | blikken aan | blikken aan |
| Imperfect | blikte aan | blikte aan | blikte aan | blikten aan | blikten aan | blikten aan |
| Toekomende tijd I | zal aanblikken | zult aanblikken | zal aanblikken | zullen aanblikken | zullen aanblikken | zullen aanblikken |
| Conditionalis I | zou aanblikken | zou aanblikken | zou aanblikken | zouden aanblikken | zouden aanblikken | zouden aanblikken |
| Perfectum | heb aangeblikt | hebt aangeblikt | heeft aangeblikt | hebben aangeblikt | hebben aangeblikt | hebben aangeblikt |
| Voltooid verleden tijd | had aangeblikt | had aangeblikt | had aangeblikt | hadden aangeblikt | hadden aangeblikt | hadden aangeblikt |
| Toekomende tijd II | zal aangeblikt hebben | zult aangeblikt hebben | zal aangeblikt hebben | zullen aangeblikt hebben | zullen aangeblikt hebben | zullen aangeblikt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben aangeblikt | zou hebben aangeblikt | zou hebben aangeblikt | zouden hebben aangeblikt | zouden hebben aangeblikt | zouden hebben aangeblikt |
| Imperatief | - | blik aan | - | - | blikt aan | - |
synonyms for aanblikken
- aanbinden
- aanblaffen
- aanblazen
- aanblijven
- aanblik
aanblikken
- aanbod
- aanboeken
- aanbonzen
- aanboren
- aanbotsen
- aanbouw
- aanbouw-
- aanbouwen
- aanbraden
- aanbranden
- aanbrassen
- aanbreien
- aanbreken
- aanbrengen
- aanbrengen van een fijn onderscheid
- aanbriesen
- aanbruisen
- aanbrullen
- aanbulderen
- aandacht
- aandacht besteden aan
- aandacht schenken aan
- aandacht vestigen op
- aandachtig
- aandachtigheid

