Tools Enlarge font sizeNormal font sizeReduce font sizeShow/hide HelpPrint pageRecommend pageSearch aanbellen in WikipediaSearch aanbellen in Google UK Bookmark Add page to favouritesBookmark page at Mister Wong Bookmark page at Linkarena Bookmark page at Delicious Bookmark page at Yahoo Bookmark page at Google Words German wordsEnglish wordsFrench wordsSpanish wordsItalian wordsPortuguese wordsSwedish wordsDutch words

Search term: dutch aanbellen has one meaning

English

  • ring Info 

German

  • klingeln Info
  • läuten Info

French

  • sonner Info 

Italian

  • suonare Info 

Spanish

  • tocar Info

Dutch

  • aanbellen
    • deur

Portuguese

  • fazer soar Info
  • tocar Info

Swedish

  • ringa på Info

Verb forms of aanbellen

Usage - Separable aan
Tegenwoordig en verleden deelwoord aanbellend und aangebeld
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens bel aan belt aan belt aan bellen aan bellen aan bellen aan
Imperfect belde aan belde aan belde aan belden aan belden aan belden aan
Toekomende tijd I zal aanbellen zult aanbellen zal aanbellen zullen aanbellen zullen aanbellen zullen aanbellen
Conditionalis I zou aanbellen zou aanbellen zou aanbellen zouden aanbellen zouden aanbellen zouden aanbellen
Perfectum heb aangebeld hebt aangebeld heeft aangebeld hebben aangebeld hebben aangebeld hebben aangebeld
Voltooid verleden tijd had aangebeld had aangebeld had aangebeld hadden aangebeld hadden aangebeld hadden aangebeld
Toekomende tijd II zal aangebeld hebben zult aangebeld hebben zal aangebeld hebben zullen aangebeld hebben zullen aangebeld hebben zullen aangebeld hebben
Conditionalis II zou hebben aangebeld zou hebben aangebeld zou hebben aangebeld zouden hebben aangebeld zouden hebben aangebeld zouden hebben aangebeld
Imperatief - bel aan - - belt aan -

aanbellen - Translation of words, word sequences and short sentences into the languages German, Spanish, French, Italian, Dutch, Portuguese, Swedish