aan het spel zijn
has one meaning
Dutch
English
German
French
Italian
Spanish
Portuguese
Swedish
- aan het hoofd zeuren
- aan het lachen brengen
- aan het licht brengen
- aan het licht komen
- aan het lijntje houden
aan het spel zijn
- aan huis gebonden
- aan iemand zijn
- aan iemands aandacht ontglippen
- aan iemands aandacht ontsnappen
- aan iemands oordeel overgelaten worden
- aan iemands verwachtingen beantwoorden
- aan land
- aan land gaan
- aan land zetten
- aan lucht blootgesteld
- aan mij
- aan ommezijde
- aan strabisme lijdend
- aan stukken
- aan stukken gooien
- aan stukken scheuren
- aan te bevelen
- aan waarde inboeten
- aan wal
- aan wal gaan
- aan weerskanten
- aan wie
- aan één kant opheffen
- aan één stuk
- aanaarden

